God geeft wat je nodig hebt!

God geeft wat je nodig hebt!

Bijbelverhaal voor zondag 3 mei

De Israëlieten zijn in de woestijn. Ze hebben net een poosje uitgerust bij een mooie oase, met water en palmbomen, maar nu reizen ze weer verder. Op weg naar het beloofde land. Ze hebben weer goede moed. Maar dat duurt niet lang. De voorraden raken op. De zakken worden steeds leger.

Maar ze zullen nu toch wel weten dat God hen helpt? Dat ze tot Hem mogen bidden, zoals Mozes hen heeft voorgedaan? Maar nee. Op een avond, als ze na een dag reizen gestopt zijn, lopen er heel wat mannen naar Mozes en zijn broer Aäron toe: ‘Mozes en Aäron! Waarom hebben jullie ons meegenomen naar de woestijn? Om ons hier te laten sterven? Had ons in Egypte gelaten, daar hadden we tenminste genoeg brood en vlees. Nu raken onze zakken en potten leeg. Straks is alles op. Straks gaan we hier dood van de honger!’ Boos staan ze voor Mozes en Aäron, hun vuisten gebald. Klaar om… ja, om wat? Vergeten ze niet wat? Wie heeft hen hier gebracht? Wie heeft hen bevrijd uit Egypte, uit een hele moeilijke tijd? Wie heeft hen door de zee geleid? Wie wijst hun de weg? Wie heeft hun bij Mara schoon water gegeven? Wie heeft hen in Elim laten uitrusten?

God geeft Mozes direct antwoord. En vertelt hem wat er gebeuren zal. Elke dag zullen ze brood van God krijgen. Het zal als regen uit de hemel komen. Maar… alleen genoeg voor die dag. Want de mensen moeten leren dat ze elke dag op God mogen vertrouwen.

‘Geef ons elke dag ons dagelijks brood.’ Wij bidden dat wel eens. Jezus heeft ons dat geleerd. Maar ook wij vinden het vaak moeilijk om op God te vertrouwen, dat Hij ons geeft wat we nodig hebben. De Israëlieten kenden dat gebed niet. Maar God wil hun leren Hem niet te vergeten, Hij wil hun leren op Hem te vertrouwen. Zodat ze elke dag aan Hem denken. En weten dat ze alles ontvangen wat ze nodig hebben. Elke dag opnieuw.

Mozes en Aäron vertellen het volk wat God hun gezegd heeft. ‘Brood zal er komen en vlees! Vanavond al krijgen jullie vlees. God geeft het jullie! Hij hoort jullie geklaag. Maar waarom vertrouwen jullie niet op Hem? Mopper niet tegen ons… en eigenlijk: mopper niet tegen de Heer.  Vanavond zal de Heer ervoor zorgen dat er vlees te eten is. En morgen krijgen jullie brood, voor iedereen genoeg!

Verder zeiden Mozes en Aäron tegen het volk: jullie moeten allemaal knielen voor de Heer en naar de woestijn kijken. Dat deden de Israëlieten. Iedereen knielde. En toen verscheen de Heer in een wolk van stralend licht! Zo zien de Israëlieten dat God, de Machtige,  dichtbij hen is, in de woestijn!

En die avond… Er kwamen héél véél vogels aanvliegen, ze kwamen in het kamp van de Israëlieten terecht. Deze kwartels kunnen heerlijk worden klaargemaakt en gegeten, genoeg voor iedereen. Lekker!!!

Dan breekt de volgende morgen aan en de mensen komen uit hun tenten. God heeft brood beloofd… Ze zien op de grond een laagje witachtige korrels. ‘Wat is dat?’, vragen ze aan Mozes. ‘Dit is het brood dat de HEER u te eten geeft.’, zegt Mozes. ‘Maar luister, verzamel alleen voor vandaag, voor wat u vandaag voor uzelf nodig hebt. Meer niet. God zal u dit elke dag geven, vertrouw op Hem.’ En de mensen verzamelen. Ze pakken enthousiast de korreltjes op. ‘Mmmm, lekker zoet! Proef maar!’ Ze stoppen het in schalen, kruiken of doeken, net wat ze hebben. Een oude man kan moeilijk bukken, hij kan maar een beetje meenemen. Een jong meisje doet erg hard haar best en heeft zo een schaal vol. Maar als ze de schalen naast elkaar zetten hebben ze evenveel. Wonderlijk. God geeft aan iedereen genoeg! Mozes waarschuwt hen nog een keer: ‘Luister, bewaar niets voor morgen. Want morgen krijgt u weer deze korreltjes, dit manna van God.’ Sommige mensen vinden dit erg moeilijk en bewaren toch wat in een kruik in hun tent. Maar als ze er de volgende dag in kijken…. ‘Oeh, wat vies!’, roept een jongetje, ‘dat lust ik niet! Daar zitten wormen in! En het stinkt ook nog!’ De ouders schamen zich, hadden ze nu maar geluisterd naar Mozes en gehoorzaam geweest aan God en op Hem vertrouwd.

 Zo reizen ze verder door de woestijn. Iedere morgen is er manna. Hun hele reis door de woestijn hoeven de Israëlieten geen honger meer te hebben, omdat God hun elke dag te eten geeft. Als ze verder reizen komt er een moment dat er weer geen water is.

‘Mozes! Geef ons water! Geef ons te drinken!’, roepen de mensen, ‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte? Hier sterven we! En onze kinderen ook en ons vee! We hebben zo’n dorst.’

Weer vergeten de mensen te bidden. Ze vragen niets: ze klagen. Ze mopperen, ze roepen. Maar ze vergeten te bidden. Mozes wordt er verdrietig van. ‘Wat moet ik doen, God?’, bidt hij, ‘Ze zijn zo boos, straks gooien ze met stenen naar me. Ze vragen zich af of U wel bij ons bent.’ God vertelt Mozes wat hij moet doen. ‘Verzamel de oudsten van het volk een neem ze mee naar de rots die Ik je aanwijs. Neem ook je staf mee en laat het volk volgen. Bij die rots ben Ik. Sla dan op de rots en er zal voor iedereen water uit stromen.’ Mozes doet wat God tegen hem zegt en zo gebeurt het. Opnieuw geeft God zijn volk water en opnieuw zien ze dat Hij voor hen zorgt. God is te vertrouwen!!! Altijd!!

Bij dit bijbelverhaal hoort ook een werkje! Je kunt dit werkje hier downloaden!